Titel
20 JULI 2000. - Koninklijk besluit betreffende de invoering van de euro in de regelgeving inzake justitie.
Bron: Justitie
Publicatie: 30 augustus 2000
Nummer: 2000003479
bladzijde: 29473
Dossiernummer: 2000-07-20/56
Inwerkingtreding : 1 januari 2002
Erratum :Publicatie van 8 maart 2001, nummer 2001003115, bladzijde 7363 beeld van de officiële publicatie
Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd:
1997009835 1998009672 1953092901 1987010091 1989009230 1991009766 1991010538 1972072707 1970113007 1970040101 1998010075 1996009220 1969032101 1971102106 1951122302 1953092803 1935090950 1935121450 1933052450 1998009694 1994009679 1999010286 1987009150 1950121605 1976113003 1950122850Inhoudstafel
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van reglementaire bepalingen.Afdeling 1. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 24 mei 1933 houdende het tarief van gerechtskosten in burgerlijke en handelszaken.
Art. 1
Afdeling 2. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 9 september 1935 tot regeling van het examen waarbij de licentiaten in het notariaat in de gelegenheid gesteld worden te bewijzen dat zij in staat zijn de voorschriften van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken na te leven.
Art. 2
Afdeling 3. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 14 december 1935 betreffende de organisatie en de controle van de boekhouding van notarissen.
Art. 3
Afdeling 4. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 16 december 1950 houdende het tarief van de honoraria der notarissen.
Art. 4
Afdeling 5. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het (Algemeen Reglement betreffende de gerechtskosten in de strafzaken.) <Erratum, zie B.St. 30.08.2000, p. 7364>
Art. 5
Afdeling 6. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 23 december 1951 tot uitvoering van de wet van 22 december 1951 tot wijziging van de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten met het oog op de bescherming van het handelsfonds.
Art. 6
Afdeling 7. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 28 september 1953 betreffende de toetreding tot de voorzorgskassen der advocaten, het pleidooizegel en de betaling van bijdragen.
Art. 7
Afdeling 8. Aanpassing van het koninklijk besluit van 29 september 1953 tot wederinstelling van het pleidooirecht.
Art. 8
Afdeling 9. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 21 maart 1969 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten advocaten bij het Hof van Cassatie in de gelegenheid gesteld worden te voldoen aan het voorschrift van artikel 45, § 1, vierde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Art. 9
Afdeling 10. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 1 april 1970 tot regeling van de examens waarbij de doctors in de rechten in de gelegenheid gesteld worden te voldoen aan het voorschrift van het eerste lid en het tweede lid van artikel 43quinquies, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Art. 10
Afdeling 11. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 30 november 1970 tot vaststelling van het tarief van de invorderbare kosten bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 11
Afdeling 12. Aanpassing van het koninklijk besluit van 21 oktober 1971 houdende uitvoering van de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen.
Art. 12
Afdeling 13. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 27 juli 1972 betreffende het getuigengeld in burgerlijke zaken en de inning en teruggave van de voorschotten bedoeld in artikel 953, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 13
Afdeling 14. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen.
Art. 14-16
Afdeling 15. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.
Art. 17
Afdeling 16. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 29 september 1987 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van griffier, opsteller en beambte bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Art. 18
Afdeling 17. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 9 januari 1989 tot regeling van de examens waarbij kandidaat werkende of plaatsvervangende rechters in sociale en in handelszaken in de gelegenheid gesteld worden te voldoen aan het voorschrift van de wet van 15 mei 1987 tot wijziging van artikel 206 van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 19
Afdeling 18. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 18 juli 1991 (I) ter uitvoering van artikel 36 van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke.
Art. 20
Afdeling 19. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 25 november 1991 op de openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen.
Art. 21
Afdeling 20. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 8 augustus 1994 betreffende de Europese vuurwapenpassen.
Art. 22-23
Afdeling 21. - Aanpassing van het koninklijk besluit van (28 maart 1996) betreffende het recht op vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik voor de auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen en van audiovisuele werken. <Erratum, zie B.St. 30.08.2000, p. 7364>
Art. 24
Afdeling 22. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 16 september 1997 tot bepaling van het bedrag van de rechten en retributies die geheven worden met toepassing van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie.
Art. 25
Afdeling 23. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot regeling van de examens waarbij aan doctors en licentiaten in de rechten de mogelijkheid wordt geboden te voldoen aan de bepalingen van artikel 43sexies, tweede en derde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Art. 26
Afdeling 24. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van curatoren.
Art. 27-29
Afdeling 25. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 21 december 1998 tot vaststelling van de toegangsmodaliteiten tot de gegevens betreffende bekendgemaakte protesten van handelspapier.
Art. 30
Afdeling 26. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 29 december 1999 tot bepaling van de methode voor de berekening van de bijdrage van de professionele vennootschappen van notarissen aan het notarieel fonds.
Art. 31
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen.
Art. 32-33
Tekst
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van reglementaire bepalingen.Afdeling 1. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 24 mei 1933 houdende het tarief van gerechtskosten in burgerlijke en handelszaken.
Artikel 1. In de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 mei 1933 houdende het tarief van gerechtskosten in burgerlijke en handelszaken die hieronder worden aangeduid, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 76
eerste lid 6,75 0,1673 EUR
4,50 0,1116 EUR
tweede lid 150 3,70 EUR
ART. 87
600 15 EUR
Afdeling 2. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 9 september 1935 tot regeling van het examen waarbij de licentiaten in het notariaat in de gelegenheid gesteld worden te bewijzen dat zij in staat zijn de voorschriften van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken na te leven.
Art. 2. In de bepaling van het koninklijk besluit van 9 september 1935 tot regeling van het examen waarbij de licentiaten in het notariaat in de gelegenheid gesteld worden te bewijzen dat zij in staat zijn de voorschriften van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken na te leven die hieronder worden aangeduid, wordt het in frank uitgedrukte bedrag dat in de tweede kolom van de volgende tabel wordt vermeld, vervangen door het in euro uitgedrukte bedrag van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 7
200 5 EUR
Afdeling 3. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 14 december 1935 betreffende de organisatie en de controle van de boekhouding van notarissen.
Art. 3. In de bepaling van het koninklijk besluit van 14 december 1935 betreffende de organisatie en de controle van de boekhouding van notarissen die hieronder worden aangeduid, wordt het in frank uitgedrukte bedrag dat in de tweede kolom van de volgende tabel wordt vermeld, vervangen door het in euro uitgedrukte bedrag van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 2
20 000 500 EUR
Afdeling 4. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 16 december 1950 houdende het tarief van de honoraria der notarissen.
Art. 4. § 1. In de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 december 1950 houdende het tarief van de honoraria der notarissen die hieronder worden aangeduid, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 2
derde lid 100 2,50 EUR
ART. 5
eerste lid 300 7,50 EUR
tweede lid 1 500 37 EUR
ART. 6
300 000 7 500 EUR
400 000 10 000 EUR
500 000 12 500 EUR
625 000 15 495 EUR
750 000 18 600 EUR
7 500 000 186 000 EUR
1 500 000 37 000 EUR
2 500 000 62 000 EUR
5 000 000 125 000 EUR
12 500 000 310 000 EUR
50 000 000 1 250 000 EUR
62 500 000 1 549 500 EUR
ART. 7
eerste lid 100 2,50 EUR
vierde lid 75 1,86 EUR
ART. 10
tweede lid 300 7,50 EUR
ART. 17
1., 2° 300 7,50 EUR
3° 300 7,50 EUR
2., 2° 30 0,75 EUR
3. 300 7,50 EUR
4. 300 7,50 EUR
4bis., eerste lid, a) 20 0,50 EUR
5 000 125 EUR
b) 500 12,50 EUR
10 000 250 EUR
300 000 7 500 EUR
tweede lid 1 500 37 EUR
15 000 370 EUR
4ter. 8 0,20 EUR
5. 300 7,50 EUR
6., eerste lid 300 7,50 EUR
6., tweede lid, a) 300 7,50 EUR
b) 300 7,50 EUR
7., eerste lid 2 000 50 EUR
300 7,50 EUR
tweede lid 300 7,50 EUR
10. 300 7,50 EUR
11. 300 7,50 EUR
11bis., 1° 300 7,50 EUR
4 000 100 EUR
12., 1° 300 7,50 EUR
12., 2° 300 7,50 EUR
13, 6° 300 7,50 EUR
14. 300 7,50 EUR
15. 300 7,50 EUR
16. 300 7,50 EUR
16. 2 000 50 EUR
17. 300 7,50 EUR
19. 300 7,50 EUR
21., 1° 300 7,50 EUR
25. 300 7,50 EUR
26. 300 7,50 EUR
27. 300 7,50 EUR
29. 300 7,50 EUR
30., eerste lid 300 7,50 EUR
6 000 150 EUR
derde lid 6 000 150 EUR
32., eerste lid 300 7,50 EUR
33., 2° 300 7,50 EUR
38. 300 7,50 EUR
39., 1° 300 17,50 EUR
41. 300 7,50 EUR
42. 300 7,50 EUR
43. 300 7,50 EUR
750 18,60 EUR
45. 300 7,50 EUR
46. 300 7,50 EUR
6 000 150 EUR
48., tweede lid 300 7,50 EUR
derde lid 300 7,50 EUR
50., 1° 300 7,50 EUR
750 18,60 EUR
2° 300 7,50 EUR
2 000 50 EUR
56. 300 7,50 EUR
57., 1° 300 7,50 EUR
2° 300 7,50 EUR
3° 300 7,50 EUR
2 000 50 EUR
4° 300 7,50 EUR
59. 300 7,50 EUR
60. 300 7,50 EUR
61. 300 7,50 EUR
62. 300 7,50 EUR
64. 300 7,50 EUR
65., 1° 300 7,50 EUR
68. 300 7,50 EUR
72. 300 7,50 EUR
73. 300 7,50 EUR
74., 1° 1 500 37 EUR
2° 1 500 37 EUR
3°, tweede lid 1 500 37 EUR
4° 1 500 37 EUR
6° 1 500 37 EUR
15 000 370 EUR
7° 1 500 37 EUR
5 000 125 EUR
76., 1° 300 7,50 EUR
2° 300 7,50 EUR
77., 1° 300 7,50 EUR
6 000 150 EUR
78., 1° 300 7,50 EUR
80., 2° 300 7,50 EUR
3° 300 7,50 EUR
ART. 18
6 0,15 EUR
§ 2. In artikel 4, vierde lid, van hetzelfde besluit worden de volgend wijzigingen aangebracht :
a) de woorden " met 100 tot 100 frank " worden vervangen door de woorden " van euro tot euro ",
b) de woorden " het hoger honderdtal." worden vervangen door de woorden " de hogere euro ".
Afdeling 5. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het (Algemeen Reglement betreffende de gerechtskosten in de strafzaken.) <Erratum, zie B.St. 30.08.2000, p. 7364>
Art. 5. In de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende het (Algemeen Reglement betreffende de gerechtskosten in de strafzaken) die hieronder worden aangeduid, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel. <Erratum, zie B.St. 30.08.2000, p. 7364>
ART. 10ter
8,66 0,2147 EUR
ART. 28
eerste lid 8,66 0,2147 EUR
ART. 29
eerste lid 8,66 0,2147 EUR
ART. 78
zevende lid 100 000 2 500 EUR
Afdeling 6. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 23 december 1951 tot uitvoering van de wet van 22 december 1951 tot wijziging van de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten met het oog op de bescherming van het handelsfonds.
Art. 6. In de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 december 1951 tot uitvoering van de wet van 22 december 1951 tot wijziging van de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten met het oog op de bescherming van het handelsfonds die hieronder worden aangeduid, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 1
# 1, 1 6 000 1,50 EUR
2 10 000 250 EUR
3 12 000 300 EUR
4 14 000 350 EUR
# 2 2 000 50 EUR
Afdeling 7. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 28 september 1953 betreffende de toetreding tot de voorzorgskassen der advocaten, het pleidooizegel en de betaling van bijdragen.
Art. 7. In de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 september 1953 betreffende de toetreding tot de voorzorgskassen der advocaten, het pleidooizegel en de betaling van bijdragen die hieronder worden aangeduid, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 2
300 7,45 EUR
250 6,20 EUR
200 5 EUR
150 3,70 EUR
100 2,50 EUR
50 1,25 EUR
Afdeling 8. Aanpassing van het koninklijk besluit van 29 september 1953 tot wederinstelling van het pleidooirecht.
Art. 8. In de bepalingen van het koninklijk besluit van 29 september 1953 tot wederinstelling van het pleidooirecht die hieronder worden aangeduid, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 1
A 500 12,50 EUR
B 300 7,50 EUR
C, E, I, L 150 3,70 EUR
D, K 75 1,85 EUR
H 200 5 EUR
Afdeling 9. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 21 maart 1969 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten advocaten bij het Hof van Cassatie in de gelegenheid gesteld worden te voldoen aan het voorschrift van artikel 45, § 1, vierde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Art. 9. In de bepaling van het koninklijk besluit van 21 maart 1969 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten advocaten bij het Hof van Cassatie in de gelegenheid gesteld worden te voldoen aan het voorschrift van artikel 45, § 1, vierde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken die hieronder worden aangeduid, wordt het in frank uitgedrukte bedrag dat in de tweede kolom van de volgende tabel wordt vermeld, vervangen door het in euro uitgedrukte bedrag van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 7
200 5 EUR
Afdeling 10. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 1 april 1970 tot regeling van de examens waarbij de doctors in de rechten in de gelegenheid gesteld worden te voldoen aan het voorschrift van het eerste lid en het tweede lid van artikel 43quinquies, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Art. 10. In de bepaling van het koninklijk besluit van 1 april 1970 tot regeling van de examens waarbij de doctors in de rechten in de gelegenheid gesteld worden te voldoen aan het voorschrift van het eerste lid en het tweede lid van artikel 43quinquies, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken die hieronder worden aangeduid, wordt het in frank uitgedrukte bedrag dat in de tweede kolom van de volgende tabel wordt vermeld, vervangen door het in euro uitgedrukte bedrag van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 7
200 5 EUR
Afdeling 11. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 30 november 1970 tot vaststelling van het tarief van de invorderbare kosten bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 11. In de bepalingen van het koninklijk besluit van 30 november 1970 tot vaststelling van het tarief van de invorderbare kosten bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek die hieronder worden aangeduid, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 3
eerste lid 10 000 250 EUR
25 000 620 EUR
tweede lid 100 000 2 500 EUR
Afdeling 12. Aanpassing van het koninklijk besluit van 21 oktober 1971 houdende uitvoering van de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen.
Art. 12. In de bepaling van het koninklijk besluit van 21 oktober 1971 houdende uitvoering van de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen die hieronder worden aangeduid, wordt het in frank uitgedrukte bedrag dat in de tweede kolom van de volgende tabel wordt vermeld, vervangen door het in euro uitgedrukte bedrag van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 1
# 5 750 000 18 600 EUR
Afdeling 13. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 27 juli 1972 betreffende het getuigengeld in burgerlijke zaken en de inning en teruggave van de voorschotten bedoeld in artikel 953, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 13. In de bepaling van het koninklijk besluit van 27 juli 1972 betreffende het getuigengeld in burgerlijke zaken en de inning en terugave van de voorschotten bedoeld in artikel 953, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek die hieronder worden aangeduid, wordt het in frank uitgedrukte bedrag dat in de tweede kolom van de volgende tabel wordt vermeld, vervangen door het in euro uitgedrukte bedrag van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 2
tweede lid 3,50 0,0868 EUR
Afdeling 14. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen.
Art. 14. In artikel 4, 3°, van het koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen, wordt het woord " frank " vervangen door het woord " cent ".
Art. 15. Artikel 5, zesde lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen door het volgende lid : " Bij de vaststelling van het bedrag der rechten worden de eurogedeelten afgerond tot op de cent naar boven of naar beneden naargelang de duizendste de vijf bereiken of niet ".
Art. 16. In de bepalingen van hetzelfde besluit die hieronder worden aangeduid, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 6
# 1, derde lid 5 000 125 EUR
15 000 370 EUR
25 000 620 EUR
75 000 1 860 EUR
150 000 3 720 EUR
500 000 12 400 EUR
1 500 000 37 200 EUR
ART. 7
eerste lid 5 000 125 EUR
ART. 8
derde lid 1 000 25 EUR
5 000 125 EUR
10 000 250 EUR
20 000 495 EUR
ART. 10
eerste lid 50 000 1 250 EUR
100 000 2 500 EUR
500 000 12 400 EUR
750 000 18 600 EUR
1 000 000 24 800 EUR
ART. 11
tweede lid 50 000 1 250 EUR
100 000 2 500 EUR
500 000 12 400 EUR
ART. 12
# 3, eerste lid 1 500 37 EUR
Afdeling 15. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.
Art. 17. In de bepaling van het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden die hieronder worden aangeduid, wordt het in frank uitgedrukte bedrag dat in de tweede kolom van de volgende tabel wordt vermeld, vervangen door het in euro uitgedrukte bedrag van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 2bis
eerste lid 80 000 2 000 EUR
Afdeling 16. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 29 september 1987 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van griffier, opsteller en beambte bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Art. 18. In de bepaling van het koninklijk besluit van 29 september 1987 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van griffier, opsteller en beambte bij een griffie in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij in staat min de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken die hieronder worden aangeduid, wordt het in frank uitgedrukte bedrag dat in de tweede kolom van de volgende tabel wordt vermeld, vervangen door het in euro uitgedrukte bedrag van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 7
200 5 EUR
Afdeling 17. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 9 januari 1989 tot regeling van de examens waarbij kandidaat werkende of plaatsvervangende rechters in sociale en in handelszaken in de gelegenheid gesteld worden te voldoen aan het voorschrift van de wet van 15 mei 1987 tot wijziging van artikel 206 van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 19. In de bepaling van het koninklijk besluit van 9 januari 1989 tot regeling van de examens waarbij kandidaat werkende of plaatsvervangers rechters in sociale en in handelszaken in de gelegenheid gesteld worden te voldoen aan het voorschrift van de wet van 15 mei 1987 tot wijziging van artikel 206 van het Gerechtelijk Wethoek die hieronder worden aangeduid, wordt het in frank uitgedrukte bedrag dat in de tweede kolom van de volgende tabel wordt vermeld, vervangen door het in euro uitgedrukte bedrag van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 6
200 5 EUR
Afdeling 18. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 18 juli 1991 (I) ter uitvoering van artikel 36 van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke.
Art. 20. In de bepaling van het koninklijk besluit van 18 juli 1991 (I) ter uitvoering van artikel 36 van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke die hieronder worden aangeduid, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 8
eerste lid, eerste streepje 150 000 3 700 EUR
tweede streepje 7 500 186 EUR
Afdeling 19. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 25 november 1991 op de openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen.
Art. 21. In de bepalingen van het koninklijk besluit van 25 november 1991 op de openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen die hieronder worden aangeduid, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de tweede tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 11
# 3, eerste lid 7 000 200 EUR
ART. 17
# 2, eerste lid 11 750 291 EUR
10 950 271 EUR
derde lid 4 250 105 EUR
3 450 85 EUR
3° tweehonderd miljoen 5 000 000 EUR
ART. 22
1° 60 510 1 500 EUR
2° 10 0,25 EUR
Afdeling 20. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 8 augustus 1994 betreffende de Europese vuurwapenpassen.
Art. 22. In de bepalingen van het koninklijk besluit van 8 augustus 1994 betreffende de Europese vuurwapenpassen die hieronder worden aangeduid, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 7
eerste lid 500 12,5 EUR
tweede lid 200 5 EUR
derde lid 200 5 EUR
Art. 23. In de bijlage bij hetzelfde besluit, genaamd " aanvraagformulier Europese vuurwapenpas " worden de bedragen van 500 fr en 200 fr vervangen door die van 12,5 EUR en 5 EUR en in de bijlage genaamd " aanvraagformulier tot wijziging van een Europese vuurwapenpas " wordt het bedrag van 200 fr vervangen door dat van 5 EUR.
Afdeling 21. - Aanpassing van het koninklijk besluit van (28 maart 1996) betreffende het recht op vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik voor de auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen en van audiovisuele werken. <Erratum, zie B.St. 30.08.2000, p. 7364>
Art. 24. In de bepaling van het koninklijk besluit van (28 maart 1996) betreffende het recht op vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik voor de auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen en van audiovisuele werken, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel. <Erratum, zie B.St. 30.08.2000, p. 7364>
ART. 8
derde lid 1 000 25 EUR
vierde lid 1 000 25 EUR
Afdeling 22. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 16 september 1997 tot bepaling van het bedrag van de rechten en retributies die geheven worden met toepassing van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie.
Art. 25. In de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 september 1997 tot bepaling van het bedrag van de rechten en retributies die geheven worden met toepassing van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie die hieronder worden aangeduid, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 1
A, 1° 10 000 250 EUR
2° 15 000 375 EUR
3° 7 500 185 EUR
4° 5 000 125 EUR
5° 5 000 125 EUR
6° 2 000 50 EUR
7° 10 000 250 EUR
B, 1° 10 000 250 EUR
2° 15 000 375 EUR
3° 7 500 185 EUR
4° 5 000 125 EUR
5° 7 500 185 EUR
6° 2 500 62 EUR
7° 10 000 250 EUR
ART. 2
1° 1 350 33,5 EUR
2° 3 500 87 EUR
3° 3 000 75 EUR
4° 5 000 125 EUR
5° 2 500 62 EUR
ART. 3
1° 1 000 25 EUR
2° 350 8,5 EUR
Afdeling 23. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot regeling van de examens waarbij aan doctors en licentiaten in de rechten de mogelijkheid wordt geboden te voldoen aan de bepalingen van artikel 43sexies, tweede en derde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Art. 26. In de bepaling van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot regeling van de examens waarbij aan doctors en licentiaten in de rechten de mogelijkheid wordt geboden te voldoen aan de bepalingen van artikel 43sexies, tweede en derde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken die hieronder worden aangeduid, wordt het in frank uitgedrukte bedrag die in de tweede kolom van de volgende tabel wordt vermeld, vervangen door het in euro uitgedrukte bedrag van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 6
200 5 EUR
Afdeling 24. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van curatoren.
Art. 27. In artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van curatoren worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) De woorden " 30 000 F. " vervangen als volgt : " 750 EUR ";
b) de tabel hieronder :
a) opeenvolgende schijven b) toepasselijk c) gecumuleerd
percentage bedrag van de
voorgaande
schijven
1 tot 800 000 F 20 % -
800 001 tot 1 600 000 F 16 % 160 000 F
1 600 001 tot 2 200 000 F 12 % 288 000 F
2 200 001 tot 3 900 000 F 10 % 360 000 F
3 900 001 tot 9 600 000 F 6 % 530 000 F
9 600 001 tot 29 000 000 F 5 % 872 000 F
29 000 001 tot 58 000 000 F 3 % 1 842 000 F
58 000 001 tot 96 000 000 F 2 % 2 712 000 F
3 472 000 F
wordt vervangen door de volgende tabel :
a) opeenvolgende schijven b) toepasselijk c) gecumuleerd
percentage bedrag van de
voorgaande
schijven
0,01 tot 20 000 EUR 20 % -
20 000,01 tot 39 500 EUR 16 % 4 000 EUR
39 000,01 tot 54 500 EUR 12 % 7 120 EUR
54 500,01 tot 96 500 EUR 10 % 8 920 EUR
96 500,01 tot 238 000 EUR 6 % 13 120 EUR
238 000,01 tot 719 000 EUR 5 % 21 610 EUR
719 000,01 tot 1 438 000 EUR 3 % 45 660 EUR
1 438 000,01 tot 2 380 000 EUR 2 % 67 230 EUR
86 070 EUR
Art. 28. In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt de volgende tabel :
a) opeenvolgende schijven b) toepasselijk c) gecumuleerd
percentage bedrag van de
voorgaande
schijven
1 tot 10 000 000 F 5 % -
10 000 001 tot 50 000 000 F 3 % 500 000 F
50 000 001 tot 100 000 000 F 2 % 1 700 000 F
Meer dan 100 000 000 F 1 % 2 700 000 F
wordt door de volgende tabel vervangen :
a) opeenvolgende schijven b) toepasselijk c) gecumuleerd
percentage bedrag van de
voorgaande
schijven
0,01 tot 250 000 EUR 5 % -
250 000,01 tot 1 250 000 EUR 3 % 12 500 EUR
1 250 000,01 tot 2 500 000 EUR 2 % 42 500 EUR
Meer dan 2 500 000 EUR 1 % 67 500 EUR
Art. 29. In hetzelfde besluit, worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door in de euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 11
tweede lid eerste streepje 300 7,50 EUR
tweede streepje 400 10 EUR
derde streepje 200 5 EUR
vierde streepje 1 700 42 EUR
zesde streepje 12 0,30 EUR
Afdeling 25. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 21 december 1998 tot vaststelling van de toegangsmodaliteiten tot de gegevens betreffende bekendgemaakte protesten van handelspapier.
Art. 30. In de bepaling van het koninklijk besluit van 21 december 1998 tot vaststelling van de toegangsmodaliteiten tot de gegevens betreffende bekendgemaakte protesten van handelspapier worden de in frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 2
eerste lid, a) 350 8,70 EUR
b) 5 000 124 EUR
30 0,74 EUR
Afdeling 26. - Aanpassing van het koninklijk besluit van 29 december 1999 tot bepaling van de methode voor de berekening van de bijdrage van de professionele vennootschappen van notarissen aan het notarieel fonds.
Art. 31. In de bepaling van het koninklijk besluit van 29 december 1999 tot bepaling van de methode voor de berekening van de bijdrage van de professionele vennootschappen van notarissen aan het notarieel fonds die hieronder worden aangeduid, wordt het in frank uitgedrukte bedrag dat in de tweede kolom van de volgende tabel wordt vermeld, vervangen door het in euro uitgedrukte bedrag van de derde kolom van dezelfde tabel.
ART. 1
tweede lid 50 000 1 250 EUR
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen.
Art. 32. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2002.
Art. 33. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 20 juli 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
Aanhef
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 24 maart 2000;
Gelet op de wet van ventôse jaar XI op het notarisambt, laatst gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1999;
Gelet op de wet van 1 juni 1849 over de herziening der tarieven van gerechtskosten in strafzaken, laatst gewijzigd bij wet van 29 juli 1992;
Gelet op de wet van 31 augustus 1891 houdende tarificatie en invordering van de honoraria der notarissen, laatst gewijzigd bij wet van 22 juli 1893;
Gelet op de wet van 1919 waarbij aan de regering machtiging wordt verleend om aan de bepalingen betreffende de gerechtkosten in strafzaken en in handelszaken, wijzigingen toe te brengen;
Gelet op de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in het dragen van wapens en op de handel in munitie, laatst gewijzigd bij wet van 18 juli 1997;
Gelet op de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken, laatst gewijzigd bij wet van 25 maart 1999;
Gelet op de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935, laatst gewijzigd bij wet van 10 maart 1999;
Gelet op de wet van 22 december 1951 tot wijziging van de wet van 30 april 1851 op de handelshuurovereenkomsten met het oog op de bescherming van het handelsfonds;
Gelet op de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen, laatst gewijzigd bij wet van 3 mei 1993;
Gelet op de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen;
Gelet op de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, laatst gewijzigd bij wet van 2 februari 1994;
Gelet op de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, laatst gewijzigd bij wet van 31 augustus 1998;
Gelet op de verordeningen (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro en nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro;
Gelet op de faillissementswet van 8 augustus 1997;
Gelet op het koninklijk besluit van 24 mei 1933 houdende het tarief van gerechtskosten in burgerlijke en handelszaken, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 27 juli 1972;
Gelet op het koninklijk besluit van 9 september 1935 tot regeling van het examen waarbij de licentiaten in het notariaat in de gelegenheid gesteld worden te bewijzen dat zij in staat zijn de voorschriften van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken na te leven, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 9 februari 1979;
Gelet op het koninklijk besluit van 14 december 1935 betreffende de organisatie en de controle van de boekhouding van notarissen laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 20 augustus 1996;
Gelet op het koninklijk besluit van 16 december 1950 houdende het tarief van
de honoraria der notarissen, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 27 april 1983;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 december 1950 [houdende het Algemeen Reglement] op de gerechtskosten in strafzaken, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 13 juni 1999; <Erratum, zie B.St. 30.08.2000, p. 7363>
Gelet op het koninklijk besluit van 23 december 1951 tot uitvoering van de wet van 22 december 1951 tot wijziging van de wet van 30 april 1951 op de handelshuurovereenkomsten met het oog op de bescherming van het handelsfonds, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 21 augustus 1962;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 september 1953 betreffende de toetreding tot de voorzorgskassen der advocaten, het pleidooizegel en de betaling van bijdragen;
Gelet op het koninklijk besluit van 29 september 1953 tot wederinstelling van het pleidooirecht, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 25 februari 1954;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 maart 1969 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten advocaten bij het Hof van Cassatie in de gelegenheid gesteld worden te voldoen aan het voorschrift van artikel 45, § 1, vierde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 april 1970 tot regeling van de examens waarbij de doctors in de rechten in de gelegenheid gesteld worden te voldoen aan het voorschrift van het eerste lid en het tweede lid van artikel 43quinquies, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 11 september 1974;
Gelet op het koninklijk besluit van 30 november 1970 tot vaststelling van het tarief van de invorderbare kosten bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 21 december 1994;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 oktober 1971 houdende uitvoering van de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 21 september 1993;
Gelet op het koninklijk besluit van 27 juli 1972 betreffende het getuigengeld in burgerlijke zaken en de inning en teruggave van de voorschotten bedoeld in artikel 953, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek;
Gelet op het koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 8 december 1998;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, gewijzigd bij koninklijk besluit van 18 mei 1998;
Gelet op het koninklijk besluit van 29 september 1987 tot regeling van de examens waarbij de kandidaten voor het ambt van griffier, opsteller en beambte bij een griffie in de gelegenheid worden gest
eld te bewijzen dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Gelet op het koninklijk besluit van 9 januari 1989 tot regeling van de examens waarbij kandidaat werkende of plaatsvervangende rechters in sociale en in handelszaken in de gelegenheid gesteld worden te voldoen aan het voorschrift van de wet van 15 mei 1987 tot wijziging van artikel 206 van het Gerechtelijk Wetboek;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 juli 1991 (I) ter uitvoering van artikel 36 van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke;
Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1991 op de openbaarmaking van akten en stukken van vennootschappen en ondernemingen, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 14 december 1999;
Gelet op het koninklijk besluit van 29 november 1993 tot bepaling van de eisen inzake taalkennis en tot regeling van de taalexamens voor de kandidaten voor het ambt van gerechtsdeurwaarder;
Gelet op het koninklijk besluit van 8 augustus 1994 betreffende de Europese vuurwapenpassen;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 maart 1996 betreffende het recht op vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik voor de auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen en van audiovisuele werken;
Gelet op het koninklijk besluit van 16 september 1997 tot bepaling van het bedrag van de rechten en retributies die geheven worden met toepassing van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 8 december 1998;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot regeling van de examens waarbij aan doctors en licentiaten in de rechten de mogelijkheid wordt geboden te voldoen aan de bepalingen van artikel 43sexies, tweede en derde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de regels en barema's tot bepaling van de kosten en het ereloon van curatoren;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 december 1998 tot vaststelling van de toegangsmodaliteiten tot de gegevens betreffende bekendgemaakte protesten van handelspapier;
Gelet op het koninklijk besluit van 29 december 1999 tot bepaling van de methode voor de berekening van de bijdrage van de professionele vennootschappen van notarissen aan het notarieel fonds;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13 juni 2000;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 29 juni 2000;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling die door de volgende omstandigheden wordt gemotiveerd :
" In tegenstelling tot wat de datum van de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen zou kunnen doen vermoeden (in regel 1 januari 2002, hetzij binnen 18 maanden), is de uitvaardiging en de pub
licatie van de teksten bijzonder dringend; het is van het hoogste belang dat deze teksten snel officieel worden meegedeeld en de limietdatum hiervoor dient te worden vastgesteld op 1 augustus 2000.
De dringende termijn van drie dagen moet mogelijk maken dat de koninklijke besluiten in de eerste helft van juli ondertekend worden. De strikte eerbiediging van deze termijn heeft, wat betreft de koninklijke besluiten die in hoofde van de wetten betreffende de invoering van de euro worden genomen, het voordeel dat het Parlement in staat wordt gesteld om de controle uit te oefenen die in het kader van de toekenning van de machtsdelegatie werd overeengekomen.
Er moet ook voor ogen worden gehouden dat het belangrijk is dat de bepalingen op gegroepeerde wijze worden uitgevaardigd. Dit ter verzekering van een eenvormige behandeling die enerzijds een budgettaire en administratieve controle toelaat en anderzijds het Parlement in staat stelt de uitwerking van de bepalingen in goede voorwaarden op te volgen.
Wat de overheidsbesturen betreft laat de eerbiediging van de limietdatum van 1 augustus 2000 nog een termijn van 250 werkdagen. Deze termijn is strikt noodzakelijk om de voorbereidende werkzaamheden op het gebied van de regelgeving tot een goed einde te brengen (er moeten nog een aantal ministeriële besluiten worden gewijzigd en vervolgens moeten ook tal van formulieren opnieuw worden gedrukt). Hetzelfde geldt voor de informatica waar de eindtesten voorzien zijn voor juli 2001. Rekening gehouden met deze zeer strakke planning is elke vertraging nadelig voor het goede verloop van de werkzaamheden en de budgettaire kostprijs ervan. In geen geval kan overwogen worden deze testen uit te stellen zonder het risico te lopen alle controle over het goede verloop van de overschakeling door de overheidsbesturen te verliezen.
De voor de goedkeuring van de teksten voorziene limietdatum mag niet worden verschoven. Opdat alle door hen door te voeren aanpassingen in goede voorwaarden zouden gebeuren hebben de informaticadiensten geëist dat alle functionele beslissingen vóór 31 december 1999 zouden genomen worden. Deze diensten zijn reeds in grote mate overgegaan tot de decimalisering die wordt toegestaan door de wet betreffende de decimalisering en zijn dus met de functionele aanpassingen van hun programma's kunnen beginnen. Ze moeten echter nog op korte termijn kunnen beschikken over de bepalingen ter wijziging van wetten en besluiten om een veelheid van bedragen aan te passen. Het strakke tijdschema vereist bovendien dat deze aanpassingen gebeuren op basis van officiële en definitieve beslissingen.
Zo voorziet de planning van de administratie van Financiën dat de informaticadiensten ten laatste in augustus eerstkomend over de nieuwe bedragen moeten kunnen beschikken om de gewenste aanpassingen tegen 1 juni 2001 te kunnen realiseren. Deze fase berust zelf op een voorafgaande aaneenschakeling van andere onontbeerlijk
e fasen, onder meer op een precieze diagnose van de uit te voeren werkzaamheden en de te besteden middelen.
Anderzijds mag niet uit het oog worden verloren dat de voorziene bepalingen enkel aanpassingen van wetten en koninklijke besluiten inhouden. Dit betekent dus dat deze moeten worden gevolgd door een aanpassing van de ministeriële besluiten; dit zou vóór eind 2000 moeten gebeuren.
Na deze aanpassingen van de regelgeving zullen zoals vermeld in 2001 de aanpassingen van de formulieren en de informatiedocumenten volgen.
Ook de ondernemingen en hun professionele tussenpersonen (sociale secretariaten, boekhouders, administratiekantoren, fiscale dienstverleners enz.) dienen zonder verwijl te kunnen beschikken over betrouwbare gegevens om met kennis van zaken hun programma's aan de euro aan te passen. Het is bijzonder wenselijk dat hun overgang in belangrijke mate per 1 januari 2001 gebeurt, zoniet zal de grote massa van ondernemingen haar eigen overgang uitstellen tot 1 januari 2002. Dit zou zeer ongunstig zijn voor het beheer van de ondernemingen en daardoor ook voor de overgang van alle economische sectoren.
Naarmate de vervaldag steeds dichter bij komt ( op 1 juli 2000 nog 125 werkdagen) riskeren de ondernemingen die niet over de nodige informatie beschikken bij gebrek aan voldoende manoeuvreerruimte hun beslissing om op de euro over te stappen uit te stellen.
Elke vertraging bij de ondertekening van deze besluiten heeft dus voor de ondernemingen een negatieve weerslag en verder uitstel van de publicatie van de besluiten kan vele projecten in gevaar brengen. ";
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 7 juli 2000, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :