Titel
4 SEPTEMBER 2026. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2023 over de digitalisering van de handhaving van diverse Vlaamse regelgeving, wat betreft de tweede algemene implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 en andere wijzigingen
Bron: Vlaamse Overheid
Publicatie: 10 september 2026
Nummer: 2026006553
bladzijde: 49528
Dossiernummer: 2026-09-04/03
Inwerkingtreding : 8 september 2026
Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd:
2014036671 2019012852 2020016229 2023047629 2025004186 2025007548 2025007960 2025007961 2025007974Inhoudstafel
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021
Art. 2
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2023 over de digitalisering van de handhaving van diverse Vlaamse regelgeving
Art. 3-17
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over de omgevingshandhaving
Art. 18
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 over de nadere regeling van de handhaving van het verbod op de beschadiging of verduistering van elektronisch toezichtsmateriaal, vermeld in artikel 25/2 van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand
Art. 19
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 over de handhaving van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies
Art. 20
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 over de handhaving van het integraal handelsvestigingsbeleid
Art. 21
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2023 over de digitalisering van de handhaving van diverse Vlaamse regelgeving, wat betreft de implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023
Art. 22
HOOFDSTUK 9. - Opheffingsbepaling
Art. 23
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
Art. 24-25
Tekst
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014Artikel 1. In artikel 12.4.1 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 9, derde lid, wordt tussen de zinsnede "Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013" en de zinsnede ". Die personen volgen" de zinsnede ", of voor de personen die vanaf 1 april 2026 zijn aangesteld voordat die opleidingsvereisten van toepassing werden" ingevoegd;
2° in paragraaf 11 worden tussen de woorden "als toezichthouder" en de woorden "voor een" de woorden "of inspecteur Onroerend Erfgoed" ingevoegd.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021
Art. 2. In artikel 3.44/3, § 8, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, ingevoegd bij het besluit van 10 juli 2026, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het vierde lid worden de woorden "Die personen volgen niettemin modules en opleidingen, vermeld in dit artikel, zodra ze daarvoor worden opgeroepen door het Agentschap Justitie en Handhaving of het agentschap" vervangen door de zinsnede "De opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 2, 1° tot en met 5°, en paragraaf 4, gelden niet voor de aanwijzing als toezichthouder of als wooninspecteur van de personen die vanaf 8 september 2026 zijn aangewezen voordat die opleidingsvereisten van toepassing werden";
2° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De personen, vermeld in het vierde lid, volgen niettemin modules en opleidingen, vermeld in dit artikel, zodra ze daarvoor worden opgeroepen door het Agentschap Justitie en Handhaving of het agentschap.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2023 over de digitalisering van de handhaving van diverse Vlaamse regelgeving
Art. 3. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2023 over de digitalisering van de handhaving van diverse Vlaamse regelgeving, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 en 5 juni 2026 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt een punt 5° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"5° /1 boek 6, deel 12, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;";
2° in het eerste lid wordt in punt 6° de zinsnede "titel 6" vervangen door de zinsnede "artikel 49 en titel 6";
3° aan het eerste lid wordt een punt 14° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"14° hoofdstuk 5 van het decreet van 9 maart 2018 houdende het terugkommoment in het kader van de rijopleiding categorie B;";
4° aan het eerste lid wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"15° hoofdstuk VII van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang;";
5° aan het eerste lid wordt een punt 16° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"16° titel 4, hoofdstuk 3, van het decreet van 15 maart 2024 over het professionele rijonderricht.";
6° aan het tweede lid wordt de zinsnede ", havenbedrijven en instellingen met een publieke taak, vermeld in artikel I.3, 6°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018." toegevoegd.
Art. 4. In artikel 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2026, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een punt 5° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"5° /1 boek 6, deel 12, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;";
2° er wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"13° hoofdstuk 5 van het decreet van 9 maart 2018 houdende het terugkommoment in het kader van de rijopleiding categorie B;";
3° er wordt een punt 14° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"14° hoofdstuk VII van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang;";
4° er wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"15° titel 4, hoofdstuk 3, van het decreet van 15 maart 2024 over het professionele rijonderricht.".
Art. 5. In artikel 3 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een punt 4° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"4° /1 boek 1, deel 3, en boek 3, deel 9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;";
2° er wordt een punt 4° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"4° /2 boek 6, deel 12, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;";
3° er wordt een punt 4° /3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"4° /3 artikel 49 en titel 6 van het Scheepvaartdecreet van 21 januari 2022;";
4° er wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"9° hoofdstuk 5 van het decreet van 9 maart 2018 houdende het terugkommoment in het kader van de rijopleiding categorie B;";
5° er wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"10° hoofdstuk VII van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang;";
6° er wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"11° titel 4, hoofdstuk 3, van het decreet van 15 maart 2024 over het professionele rijonderricht.".
Art. 6. Artikel 4 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Art. 4. De persoonsgegevens van de toezichthouders, vermeld in artikel 2, 30°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die zijn aangesteld door het agentschap dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, en die bevoegd zijn voor de handhaving van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 6°, van dit besluit, worden verwijderd op de afgeleide documenten van de originele bestuursdocumenten die ze opgesteld en ondertekend hebben, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023.".
Art. 7. Artikel 6 en 7 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 8. In artikel 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 2, 15°, van het kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving van 22 maart 2019, zoals van kracht tot en met 7 september 2023, en" opgeheven;
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 2, 1°, van het kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving van 22 maart 2019, zoals van kracht tot en met 7 september 2023, en" opgeheven;
3° het vierde lid wordt opgeheven.
Art. 9. In artikel 8/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025, wordt de zinsnede "artikel 2, 15°, van het kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving van 22 maart 2019, zoals van kracht tot en met en 7 september 2023, en" opgeheven.
Art. 10. In artikel 8/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "vermeld in artikel 7, 1°, van dit besluit," opgeheven;
2° in het eerste lid worden tussen de woorden "of Vlaamse inspectiediensten" en de woorden "die de toezichthouders" de woorden "en de havenbedrijven" ingevoegd;
3° in het eerste lid wordt de zinsnede "vermeld in artikel 2, 15°, van het kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving van 22 maart 2019, zoals van kracht tot en met en 7 september 2023" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 2, 30°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023";
4° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de opdrachten van bestuurlijke vervolging zijn de bestuursdocumenten, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 2°, 3° en 4°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die zijn opgesteld in het kader van de toepassing van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 6°, van dit besluit, en die aanwezig zijn in het digitaal klassement, vermeld in het eerste lid, toegankelijk voor de beboetingsinstanties, vermeld in artikel 2, 3°, van het voormelde decreet en in artikel 111, § 2, tweede lid, van het Scheepvaartdecreet van 21 januari 2022, die bevoegd zijn voor de handhaving van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 6°, van dit besluit.";
5° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 7, 1°, van dit besluit," vervangen door de zinsnede "die zijn opgesteld wegens de schending van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 6° van dit besluit, en";
6° aan het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt de zinsnede "en voor de herstelinstanties, vermeld in artikel 2, 15°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die bevoegd zijn voor de handhaving van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 6° van dit besluit." toegevoegd.
Art. 11. In hetzelfde besluit wordt een artikel 8/5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 8/5. Voor de opdrachten van gerechtelijke en bestuurlijke politie zijn de processen-verbaal en de verslagen van vaststelling, die aanwezig zijn in het digitaal klassement, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, en die zijn opgesteld wegens de schending van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 5° /1 en 9°, van dit besluit, toegankelijk voor de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, de toezichthouders, vermeld in artikel 6.37 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, en de sociaalrechtelijke inspecteurs, vermeld in artikel 3, 10°, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, die bevoegd zijn voor de handhaving van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 5° /1 en 9°, van dit besluit.".
Art. 12. In hetzelfde besluit wordt een artikel 8/6 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 8/6. Voor de opdrachten van gerechtelijke en bestuurlijke politie zijn de processen-verbaal en de verslagen van vaststelling, die aanwezig zijn in het digitaal klassement, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, en die zijn opgesteld wegens de schending van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 3°, 5°, 5° /1 en 10°, van dit besluit, toegankelijk voor de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, de toezichthouders, vermeld in artikel 6.37 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, en de toezichthouders, vermeld in artikel 2, 30°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die bevoegd zijn voor de handhaving van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 3°, 5°, 5° /1 en 10°, van dit besluit.
Voor de opdrachten van bestuurlijke vervolging zijn de bestuursdocumenten, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 2°, 3° en 4°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die zijn opgesteld in het kader van de toepassing van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 3°, 5°, 5° /1 en 10°, van dit besluit, en die aanwezig zijn in het digitaal klassement, vermeld in het eerste lid, toegankelijk voor de beboetingsinstanties, vermeld in artikel 2, 3°, van het voormelde decreet, en de toezichthouders, vermeld in artikel 6.43 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, die bevoegd zijn voor de handhaving van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 3°, 5°, 5° /1 en 10°, van dit besluit.
Voor het opleggen of doen opleggen van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen zijn de processen-verbaal en de verslagen van vaststelling, die zijn opgesteld wegens de schending van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 3°, 5°, 5° /1 en 10°, van dit besluit, en die aanwezig zijn in het digitaal klassement, vermeld in het eerste lid, toegankelijk voor de herstelinstanties, vermeld in artikel 2, 15°, van het voormelde decreet, en de toezichthouders, vermeld in artikel 6.40 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, die bevoegd zijn voor de handhaving van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 3°, 5°, 5° /1 en 10°, van dit besluit.".
Art. 13. In hetzelfde besluit wordt een artikel 8/7 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 8/7. Voor de opdrachten van bestuurlijke vervolging zijn de bestuursdocumenten, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 2°, 3° en 4°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die zijn opgesteld in het kader van de toepassing van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 14°, van dit besluit, en die aanwezig zijn in het digitaal klassement, vermeld in het eerste lid, toegankelijk voor de beboetingsinstanties, vermeld in artikel 2, 3°, van het voormelde decreet, die bevoegd zijn voor de handhaving van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 14°, van dit besluit.
Voor het opleggen of doen opleggen van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen zijn de processen-verbaal en de verslagen van vaststelling die zijn opgesteld wegens de schending van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 14°, van dit besluit, en die aanwezig zijn in het digitaal klassement, vermeld in het eerste lid, toegankelijk voor de herstelinstanties, vermeld in artikel 2, 15°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die bevoegd zijn voor de handhaving van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 14°, van dit besluit.".
Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een artikel 8/8 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 8/8. Voor de opdrachten van gerechtelijke en bestuurlijke politie zijn de processen-verbaal en de verslagen van vaststelling, die aanwezig zijn in het digitaal klassement, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, en die zijn opgesteld wegens de schending van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 4° en 15°, van dit besluit, toegankelijk voor de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, en de toezichthouders, vermeld in artikel 2, 30°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die bevoegd zijn voor de handhaving van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 4° en 15°, van dit besluit.
Voor de opdrachten van bestuurlijke vervolging zijn de bestuursdocumenten, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 2°, 3° en 4°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die zijn opgesteld in het kader van de toepassing van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 4° en 15°, van dit besluit, en die aanwezig zijn in het digitaal klassement, vermeld in het eerste lid, toegankelijk voor de beboetingsinstanties, vermeld in artikel 2, 3°, van het voormelde decreet, die bevoegd zijn voor de handhaving van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 4° en 15°, van dit besluit.
Voor het opleggen of doen opleggen van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen zijn de processen-verbaal en de verslagen van vaststelling, die zijn opgesteld wegens de schending van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 4° en 15°, van dit besluit, en die aanwezig zijn in het digitaal klassement, vermeld in het eerste lid, toegankelijk voor de herstelinstanties, vermeld in artikel 2, 15°, van het voormelde decreet, die bevoegd zijn voor de handhaving van de regelgeving, vermeld in artikel 1, eerste lid, 4° en 15°, van dit besluit.".
Art. 15. Artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 9. Voor de toepassing van dit besluit komen de processen-verbaal, vermeld in het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, overeen met de processen-verbaal, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 2°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, als daarin misdrijven als vermeld in artikel 2, 19°, van het voormelde decreet, worden vastgesteld, en met de verslagen van vaststelling, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet, als daarin alleen inbreuken als vermeld in artikel 2, 17°, van het voormelde decreet, worden vastgesteld.".
Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een artikel 9/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 9/2. Voor de toepassing van dit besluit komen de beslissingen en de kennisgevingen, vermeld in artikel 29quater, § 4, tweede en vierde lid, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, overeen met de beslissingen en de kennisgevingen, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 3°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023.".
Art. 17. In hetzelfde besluit wordt een artikel 9/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 9/3 Voor de toepassing van dit besluit komen:
1° de processen-verbaal, opgesteld door de toezichthouders, vermeld in artikel 6.37 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, overeen met de processen-verbaal, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 2°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, als daarin misdrijven als vermeld in artikel 2, 19°, van het voormelde decreet, worden vastgesteld, en met de verslagen van vaststelling, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet, als daarin alleen inbreuken als vermeld in artikel 2, 17°, van het voormelde decreet, worden vastgesteld;
2° de administratieve maatregelen, vermeld in artikel 6.38 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, die moeten voorkomen dat misdrijven of inbreuken worden gepleegd of voortgezet, overeen met de bestuursdocumenten, vermeld in artikel 82, eerste lid, 4°, e), van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023;
3° de administratieve maatregelen, vermeld in artikel 6.38 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, die gericht zijn op het herstel van publieke schade, overeen met de bestuursdocumenten, vermeld in artikel 82, eerste lid, 4°, d), van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023;
4° de beslissingen en de kennisgevingen, vermeld in boek 6, deel 12, titel 3, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, overeen met de beslissingen en de kennisgevingen, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 3°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023.".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over de omgevingshandhaving
Art. 18. Aan artikel 8, § 8, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over de omgevingshandhaving wordt de zinsnede "of voor de personen die vanaf 1 april 2026 zijn aangesteld voordat die opleidingsvereisten van toepassing werden" toegevoegd.
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 over de nadere regeling van de handhaving van het verbod op de beschadiging of verduistering van elektronisch toezichtsmateriaal, vermeld in artikel 25/2 van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand
Art. 19. Aan artikel 5, § 6, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 over de nadere regeling van de handhaving van het verbod op de beschadiging of verduistering van elektronisch toezichtsmateriaal, vermeld in artikel 25/2 van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De opleidingsvereisten, vermeld in paragraaf 1 en 3, gelden niet voor de personen die zijn aangesteld voordat de opleidingsvereisten van toepassing werden. Die personen volgen niettemin modules en de opleidingen, vermeld in dit artikel, zodra ze daarvoor worden opgeroepen door het agentschap.".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 over de handhaving van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies
Art. 20. In artikel 6, § 6, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 over de handhaving van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies wordt tussen de zinsnede "Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023" en de zinsnede ". Deze personen" de zinsnede "of voor de personen die vanaf 1 april 2026 zijn aangesteld voordat de opleidingsvereisten van toepassing werden" ingevoegd.
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 over de handhaving van het integraal handelsvestigingsbeleid
Art. 21. In artikel 6, § 6, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 over de handhaving van het integraal handelsvestigingsbeleid wordt tussen de zinsnede "Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023" en de zinsnede ". Deze personen" de zinsnede "of voor de personen die vanaf 1 april 2026 zijn aangesteld voordat de opleidingsvereisten van toepassing werden" ingevoegd.
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2023 over de digitalisering van de handhaving van diverse Vlaamse regelgeving, wat betreft de implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023
Art. 22. Artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 2025 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2023 over de digitalisering van de handhaving van diverse Vlaamse regelgeving, wat betreft de implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 wordt opgeheven.
HOOFDSTUK 9. - Opheffingsbepaling
Art. 23. Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 houdende aanwijzing van de entiteit die instaat voor de inontvangstneming en verwerking van gerechtelijke beslissingen ter uitvoering van artikel 39 en 77 van het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019 wordt opgeheven.
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
Art. 24. Dit besluit treedt in werking op 8 september 2026, met uitzondering van:
1° artikel 16, dat in werking treedt op 1 januari 2027;
2° artikel 3, 3°, artikel 4, 2°, artikel 5, 4°, en artikel 13, die in werking treden op 1 juli 2027;
3° artikel 3, 4°, artikel 4, 3°, artikel 5, 5°, en artikel 14, die in werking treden op 1 januari 2028;
4° artikel 3, 5°, artikel 4, 4°, en artikel 5, 6°, die in werking treden op 1 april 2029.
Art. 25. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, de Vlaamse minister, bevoegd voor het woonbeleid, de Vlaamse minister, bevoegd voor het toerisme, de Vlaamse minister, bevoegd voor het onroerend erfgoed, de Vlaamse minister, bevoegd voor justitie en handhaving, de Vlaamse minister, bevoegd voor werk, de Vlaamse minister, bevoegd voor de cultuur, de Vlaamse minister, bevoegd voor de omgeving en de natuur, de Vlaamse minister, bevoegd voor de weggebonden mobiliteit en het weggebonden transport, de Vlaamse minister, bevoegd voor de watergebonden mobiliteit en het watergebonden transport, zijn, ieder wat de eigen bevoegdheden betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Handtekening
Brussel, 4 september 2026.
De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Innovatie en Industrie, Buitenlandse Zaken, Digitalisering en Facilitair Management,
M. DIEPENDAELE
De Vlaamse minister van Wonen, Energie en Klimaat, Toerisme en Jeugd,
M. DEPRAETERE
De Vlaamse minister van Begroting en Financiën, Vlaamse Rand, Onroerend Erfgoed en Dierenwelzijn,
B. WEYTS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk,
Z. DEMIR
De Vlaamse minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen,
C. GENNEZ
De Vlaamse minister van Omgeving en Landbouw
J. BROUNS
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport,
A. DE RIDDER
Aanhef
Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
- het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, artikel 3, derde lid, artikel 4, § 1, tweede lid, artikel 4, § 3, vijfde lid, artikel 4, § 5, gewijzigd bij het decreet van 5 juni 2026, artikel 8, § 3, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2025, artikel 78, § 1, tweede lid, artikel 80, derde lid, gewijzigd bij het decreet van 5 juni 2026, artikel 82, tweede lid en artikel 108, eerste lid.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor het budgettair beleid, heeft zijn voorwaardelijk akkoord gegeven op 25 maart 2026.
- De Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens heeft advies gegeven op 5 mei 2026.
- De Raad van State heeft advies 79.568/3 gegeven op 13 juli 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Initiatiefnemers
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Economie, Innovatie en Industrie, Buitenlandse Zaken, Digitalisering en Facilitair Management, de Vlaamse minister van Wonen, Energie en Klimaat, Toerisme en Jeugd, de Vlaamse minister van Begroting en Financiën, Vlaamse Rand, Onroerend Erfgoed en Dierenwelzijn, de Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk, de Vlaamse minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen, de Vlaamse minister van Omgeving en Landbouw en de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: